Wie is dan toch deze man Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem(vrede zij met hem)?

Het was in het jaar 570 na Jezus (Isa, vrede zij met hem) toen Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem geboren werd in Mekka (Baca). Deze stad ligt in Saoedi-Arabië en het is de plek waar zijn voorvader Ishmaël en Hagar vrede zij met hen zich hadden gevestigd. Arabië is op alle aspecten het nest van de mensheid. De mensheid in zijn geheel is terug te voeren tot de plaats Mekka.

Binnen omzoomd door rode, zwarte en bruine vulkanische heuvels over een omtrek van ongeveer 80 kilometer ten oosten van de Rode Zee ligt de stad Mekka. Het was toen een kleine koopvaardijstad op de oude ` wierook ' route waardoor de grote handelscaravans het zuiden en het noorden overging. Mekka was en is nog steeds belangrijk voor meerdere redenen. De 1ste reden is dat in Mekka een heilige plaats was al lang voor de Christelijke jaartelling tot op de dag des Oordeels. Sterker nog, het is de plaats waar Adam vrede zij met hem van de hemel afdaalde naar het wereldse leven. In Mekka ligt de Ka’hbah (zwarte kubus), dit is het eerste gebedshuis op de wereld. Het gebedshuis is gewijd voor het aanbidden van één God, Allah. Meer dan 1000 jaar voor de profeet Solomon (Suleiman, vrede zij met hem) de gebedshuis in Jeruzalem gebouwd had, herstelde zijn voorvader Abraham vrede en zegeningen zij met hem met de hulp van zijn zoon Ishmaël vrede zij met hem de muren op de eeuwenoude funderingen van het gebedshuis. Dicht bij de Ka’hbah ligt de waterput genaamd ZamZam. De waterput ZamZam is terug te voeren tot de tijd van Abraham vrede en zegeningen zij met hem. Het was deze waterput dat opensprong uit het niets tot iets op een wonderbaarlijke manier om het leven te redden van het kind Ishmaël vrede zij met hem.

De woorden uit de bijbel gaan als volgt:

17 Maar God hoorde de jongen kermen, en een engel van God riep Hagar vanuit de hemel toe: ‘Wat is er, Hagar? Wees niet bezorgd: God heeft je jongen, die daar ligt te kermen, gehoord. 18 Sta op, help de jongen overeind en ondersteun hem. Ik zal een groot volk uit hem doen voortkomen.’ 19 Toen opende God haar de ogen en zag ze een waterput. Ze liep ernaartoe, vulde de waterzak en gaf de jongen te drinken. 20 God beschermde de jongen, zodat hij voorspoedig opgroeide. Hij leefde als boogschutter in de woestijn. 21 Hij ging in de woestijn van Paran wonen, en zijn moeder koos een Egyptische vrouw voor hem uit. (Genesis 21: 17-20)

Of zoals de Psalmist het zingt:: 6 Gelukkig wie bij u hun toevlucht zoeken, met in hun hart de wegen naar u. 7 Trekken zij door een dal van dorheid, het verandert voor hen in een oase; rijke zegen daalt als regen neer. 8 Steeds krachtiger gaan zij voort om in Sion voor God te verschijnen. (Psalmen 84: 6)

Mekka heeft nooit en nog steeds geen wereldse zaken die het leven vergemakkelijken voor vestiging. Het is een onvruchtbare, troosteloze plaats waar zelfs het gras niet wil groeien! Er waren putten van overvloedig water dichtbij in Taif en een grote afstand weg in Madinah. Maar het was het eerste Huis van God, architecturaal kubus, maar geestelijk de opmerkelijkste fontein en de lente van het leven die over de hele wereld superieur is, een plaats van aantrekking voor de gehele mensheid van de wereld. Voor altijd was en is Mekka een groot centrum voor de bedevaart geweest.

In de tijd dat Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem werd geboren was de Ka’hbah vol met meer dan 300 afgoden. De Ka’hbah was in handen van de Stam Quraysh en die waren ook de verantwoordlijken voor de Ka’hbah. Het volk nam al die idolen als bemiddelaars naast de ene god, Allah. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem behoorde tot de clan van Banu Hashim, die het niet breed hadden, maar wel tot de politieke sterke en nobelen onder de stam van Quraysh behoorden. Als verantwoordelijken van de Ka’hbah, het huis van God en de trekpleister voor de pelgrims van heel Arabië, had de stam Quraysh een hoge positie, waardigheid en macht dan enig andere stam. De clan van Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem waren verantwoordelijk om de pelgrims te voorzien van water en voeding. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem is als wees geboren.

Zijn vader Abdullah (dienaar van God) stierf kort voordat Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem geboren werd. Zijn moeder, Aminah stierf toen Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem 6 jaar oud werd. Daarna stierf zijn grootvader Abdul Muttalib, die zich over Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem ontfermde. Twee jaar later nam zijn oom Abu Talib de zorg over Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem.

Direct na zijn geboorte werd Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem als zuigeling gestuurd om te zogen en te spenen en om een deel van zijn kinderjaren in de woestijn onder één van de Bedoeïen stammen te besteden genaamd Bani Sa`d ibn Bakr, die in het zuidoosten van Mecca leven. Dit was gebruikelijk bij alle grote families in Mekka. Dit was gebruikelijk in de culturen van de stammen in Arabie, zodat de kinderen sterker werden en gespaard bleven van ziektes, die in grote steden voorkwamen.

Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem groeide op met dieren en verdiende hierbij ook zijn brood als geiten en schapenherder, net zoals vele voorgaande profeten. Abu Talib zijn oom en beschermer nam hem ook mee op zijn reizen met de handelscaravans naar het grotere Syrië. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem deed veel ervaring op in de handel. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem heeft zich flink bewezen in het drijven van handel door zijn grote eerlijkheid en ijver. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem werd dan ook spoedig gezocht door allerlei andere mensen om ook zaken met hem te doen of handelswaar voor die mensen aan te schaffen. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem mocht in hun naam handel drijven. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem werd op de leeftijd van 25 jaar ten huwelijk gevraagd door zijn werkgeefster Kadijah, moge Allah tevreden over haar zijn. Kadijah, moge Allah tevreden met haar zijn was een weduwe en was 15 jaar ouder dan Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem. Kadijah, moge Allah tevreden met haar zijn was een rijke handelaarster uit Mekka, en Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem had veel van haar handelszaken beheerd. Khadijah, moge Allah tevreden met haar zijn bleef zijn vrouw en dichtste vriend en metgezel voor 25 jaar haar gehele leven tot haar dood. Kadijah, moge Allah tevreden met haar zijn kreeg zes kinderen samen met Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem, van wie vier dochters het overleefden.

Tot hij 40 was leidde Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem een leven als een normaal mens. Daarmee zeggende dat Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem niet wist dat hij een profeet was. Maar het ontging zijn landgenoten en stammen niet dat Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem een zeer bijzondere persoon was. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem was al vanaf jongs af aan nauwkeurig, betrouwbaar en integer, dit werd door ieder erkend in zijn omgeving. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem had een grote betekenis van rechtvaardigheid en medeleven voor de armen. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem weigerde overigens ook van jongs af aan om welk afgod ook maar te aanbidden, terwijl dit de gebruiken was van zijn eigen volk en vond dit toen al immoreel om te doen. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem werd geprezen voor zijn kwaliteiten. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem werd Al-Amin, Betrouwbaar, Al-Sadiq, Eerlijk, waarheidsgetrouwe genoemd. Dit waren de titels op de lippen van de mensen die Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem kenden al van voordat Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem zijn profeetschap besefte. Overigens, Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem betekent de geprijsde, zelfs in deze tijd wordt Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem door de moslims geprezen tot de dag des oordeels.

Op een zeer jonge leeftijd sloot Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem zich enthousiast aan bij een groep, die op zouden komen in zijn samenleving voor rechtvaardigheid en de bescherming van zwakkeren en onderdrukten. Dit pact is gemaakt door bepaalde leiders van de sterke stam Quraysh. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem nam deel aan de Eed toen zij allen de gelofte deden dat voortaan als er één persoon onderdrukt wordt, deze groep zich zou gaan verenigen om deze persoon zijn recht te laten behalen, dit beperkte zich niet alleen tot hun eigen stam. Zij waren van mening dat ieder mens recht aan moet worden gedaan.

Aantal jaren later in Madinah haalde Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem dit voorbeeld weer aan en zei: 'Ik was aanwezig in het huis van Abd Allah ibn Jud'an bij een zo uitstekend pact dat ik mijn aandeel daarin niet voor een kudde van rode kamelen zou ruilen (rode kamelen waren toen der tijd zeer waardevolle ruilmiddelen).’ Kijk naar de voorliefde van de profeet Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem voor rechtvaardigheid en barmhartigheid naar de zwakkeren van de samenleving. De mensheid behoort hier lering uit te trekken. Khadijah, moge Allah tevreden met haar zijn gaf een verklaring af over het karakter van Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem, aangezien Khadijah, moge Allah tevreden met haar zijn, zijn karakter het beste heeft gekend. Khadija, moge Allah tevreden met haar zijn was het die Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem trooste bij de eerste openbaring van Allah. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem beefde van angst toen de eerste openbaring op hem daalde en vluchtte daarna naar huis en vroeg aan zijn vrouw: ‘omwentel mij’. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem zei tegen zijn vrouw; “Ik vrees voor mijn leven.” Khadijah (moge Allah tevreden met haar zijn) antwoordde: ‘In geen enkel geval! Ik zweer in naam van God, dat God u nooit zal verliezen. U houdt goede banden met uw relaties en familie, u spreekt altijd de waarheid, u draagt de lasten van de mensen, u verdient geld voor de armen, u onderhoudt de gasten en u helpt de onderdrukten om uit de onderdrukking te komen.’

Wijsheid van Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem werd erkend door de mensen in zijn samenleving. Toen de Ka`hbah werd gerestaureerd was er een conflict gekomen tussen diverse clans van Quraysh. Deze waren hevig van aard. Deze clans wilden allen de eer om de Zwarte Steen op zijn plaats te zetten. Elke clan wilde deze eer hebben, maar dat gaat natuurlijk niet. De clans hadden hierbij hun zwaarden al ontrokken en wilden dit in een clanoorlog met elkaar beslechten. Maar toen riepen ze Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem als bemiddelaar en rechter om vrede terug te brengen tussen de clans in de stam van Quraish. Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem plaatste de Zwarte Steen op zijn mantel en vroeg aan alle clanleiders om een stukje van zijn mantel vast te houden om de steen gezamenlijk op te heffen, en toen plaatste hij de Zwarte Steen op zijn benoemde plaats met zijn eigen mantel. Hiermee heeft Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem de vrede teruggebracht in zijn stam.

Tot de volgende keer met een kleine greep uit het leven van de geliefde profeet Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem.

 


Door Abu Adam, Ibrahim Dahou