In de begin periode van de dawah van de Profeet vrede en zegeningen zij met hem had hij een moeilijke tijd. De Quraish deed er alles aan om zijn oproep tot de Islam te hinderen. De volgelingen van Mohammed vrede en zegeningen zij met hem werden daarom hard aangepakt, vooral de arme volgelingen onder hen. Bilaal ibn Rabah (moge Allah tevreden met hem zijn) was één van deze arme volgelingen van de Profeet vrede en zegeningen zij met hem. Hij was ook een van de eersten die de Islam binnentrad. Bilaal was een slaaf uit Abyssinië (Ethiopië), zijn eigenaar was Oemayyah ibn Khallaf, een van de vooraanstaanden van Quraish.

Amrah Ibn ‘Absah overlevert dat hij zei:

 ‘’O Boodschapper van Allah, wie is er met jou op deze zaak (de Islam)?’’ Hij antwoordde: ‘’Een vrije man en een slaaf.’’ Hij (‘Amrah) zei: ‘’Op die desbetreffende dag waren Aboe Bakr en Bilaal met hem.’’ [Muslim]

Velen van ons denken direct, bij het horen van de naam ‘Bilaal’, aan de zware martelingen die hij onderging. Dit is zeker ook iets dat hem kenmerkt. Hij ontving van de Quraish de zwaarste straffen, maar ondanks dat bleef hij trouw aan Allah en Zijn profeet. De straffen en martelingen die hij kreeg waren zo erg, dat Omar ibn al Khattab hierover heeft gezegd: ‘’Ik heb nog nooit iemand gezien die zo zwaar werd gemarteld als Bilaal.’’

Oemayyah ibn Khallaf knoopte een touw om de nek van Bilaal (moge Allah tevreden met hem zijn) en gaf het touw aan de kinderen om met hem te spelen. De kinderen sleepten Bilaal letterlijk door heel Mekka over de grond en deden met hem wat zij wilden. Ook gaven zij hem dagen lang niet te eten en te drinken, ook dit was een vorm van marteling. De meest bekende straf die Bilaal onderging is dat zijn eigenaar hem op zijn rug in het zand van de woestijn legde, terwijl dit gloeiend heet was. Hij werd aan zijn armen vastgebonden en er werden grote, zware rotsblokken op zijn borst gelegd. Dit zorgde ervoor dat hij van zowel de achterkant (het gloeiend hete zand) als de voorkant (de rotsblokken) werd gepijnigd. Door middel van deze maatregelen hoopte de Quraish om de volgelingen van Mohammed, vrede en zegeningen zij met hem weer terug te laten keren naar polytheïstisch geloof. Ondanks deze zware vormen van bestraffing haalde Bilaal het niet in zijn hoofd om de afgoden van de Quraish te vereren. Sterker nog, hij was zo dapper en overtuigd dat hij in zijn moeilijke toestand nog in opstand kwam tegen de Quraish! Gedurende zijn martelingen herhaalde namelijk constant ‘’Ahadoen, Ahad!’’ (Eén, Hij is Eén!) Toen hem werd gevraagd waarom hij herhaaldelijk ’Ahadoen, Ahad’’ riep, vertelde Bilaal (moge Allah tevreden met hem zijn) dat hij wel meer dingen riep tegen de Quraish, maar hij merkte dat juist die woorden hun zo pijn deed, bleef hij die woorden herhalen.

Er zijn werkelijk weinig mensen die Bilaal Ibn Rabah evenaren in zijn standvastigheid en geduld. Zijn situatie was zo ernstig dat Aboe Bakr, direct besloot om Bilaal vrij te kopen toen hij hem zo erg zag lijden. Vanaf dat moment was Omar ibn al Khattab gewoon om te zeggen: ’Aboe Bakr is onze leraar en hij heeft onze leraar bevrijdt.’’ [Bucharie]

Toen Aboe Bakr met Bilaal wegliep, riep Oemayyah hen spottend na: ‘’Ik zweer bij al-Lat en al-Oezza, als je hem niet wou kopen, behalve voor één ons goud, dan zou ik hem aan je hebben verkocht.’’ Waarop Aboe Bakr reageerde: ‘’Ik zweer bij Allah, als jij hem niet wou verkopen, behalve voor honderd ons goud, dan zou ik dat betaald hebben!’’ Want Aboe Bakr wist dat de waarde van Bilaal werkelijk niet uit te drukken was in goud of zilver. Hij had een held bevrijdt, een wonder van de Islam!

Ondanks alle respect en lofprijzingen die Bilaal toekwamen, bleef hij altijd nederig. Als de sahaba hem weer eens aan het lofprijzen waren en hun respect voor hem toonden, dan boog hij nederig zijn hoofd en zei, terwijl de tranen over zijn wangen stroomden: ‘’Inderdaad, ik ben een Abyssiniër. Gisteren was ik slechts een slaaf!’’ Bilaal ibn Rabah (moge Allah tevreden met hem zijn) staat ook bekend als de eerste moe’aadhin (oproeper tot het gebed) in de Islam. Het was zijn stem die door de straten van Medina walste, uitnodigend naar het goede, uitnodigend naar het gebed… uitnodigend naar Allah!

Tijdens de eerste veldslag van de Moslims, de slag bij Badr, kreeg de grote man de kans om zijn recht te nemen. Hij stond tegenover zijn oude eigenaar, Oemayyah ibn Khallaf. En wat wil het vreemde lot? De man die Bilaal eindeloos martelde terwijl zijn handen vastgebonden waren. Diezelfde handen van de, toen nog, hulpeloze en machteloze slaaf uit Abyssinië, maken een eind aan het leven van de harteloze Oemayyah ibn Khallaf. Bilaal heeft zijn recht genomen, dat was het moment van rechtvaardigheid!

Toen de Moslims een aantal jaar daarna Mekka hadden terugveroverd, ging de Profeet vrede en zegeningen zij met hem samen met Bilaal (moge Allah tevreden met hem zijn) de Ka’ba in om de afgodsbeelden voor eens en voor altijd te verwijderen. Vervolgens kreeg hij de opdracht van de Profeet vrede en zegeningen zij met hem om de Ka’ba te beklimmen en de oproep tot het gebed te verrichten. Het leek alsof Mekka tot stilstand kwam en iedereen keek bewegingloos en emotioneel voor zich uit, luisterend naar de prachtige stem van de leraar, Bilaal ibn Rabah!

Bilaal behoort tot één van de metgezellen aan wie het paradijs is beloofd. De Profeet vrede en zegeningen zij met hem zei namelijk tegen Bilaal: ’Ik hoorde het geluid van jouw voetstappen in het Paradijs, precies vóór me.’’ [Bucharie]

Na de dood van de Profeet vrede en zegeningen zij met hem weigerde Bilaal om de adhaan te verrichten. Hij zei, met zijn ogen vol tranen: ‘’Ik zal de adhaan voor niemand roepen na de boodschapper van Allah.’’ Toen zij hem toch konden overtuigen om de adhaan te verrichten en bij de woorden ‘’ik getuig dat Mohammed de boodschapper van Allah is’’ aankwam, werd hij overvallen door emoties en barstte letterlijk in tranen uit.

Alsof al deze eer en respect voor Bilaal nog niet genoeg was, stierf hij ook nog eens als martelaar, strijdend op de weg van Allah. Zijn laatste woorden waren: ’Morgen zal ik mijn geliefden ontmoeten, Mohammed en zijn metgezellen!’’