Het verhaal van Aboe Hoeraira
Abu Hurairah Moge Allah tevreden met hem zijn.
Abu Hurairah stamt af van de Daws. De Daws leefden in de regio van Tihama, wat langs de kustlijn van de Rode Zee in het zuiden van Arabie ligt. Deze grote metgezel staat bij elke moeslim bekend om het volgende dat wij vaak zeggen tijdens het geven van lezingen, in vrijdagspreken (Khoetbah’s), boeken van ahadaiths, sirah, fiqh en ibadah. Namelijk het volgende: ‘An Abu Hurairah, radiallahoe anhoe, qaal: qala rasoel Allahi, sallalahoe alaihi wa salam.’ Wij zeggen namelijk vaak bij het vertellen van een hadith. ‘Er is overgeleverd door Abu Hurairah dat de Profeet Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem heeft gezegd’.
Door zijn verbazingwekkende inspanning zijn er honderden ‘ahadith en vertellingen over de Profeet Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem aan latere generaties overgeleverd. Zijn naam is de belangrijkste in de lijn van hadith overleveraars. Na hem komen de namen van de metgezellen als Abdoellah ibn ‘Oemar, Anas ibn Malik, Oem al Moeminien Aisha, Djabir ibn Abdoellah en Aboe Sa’ied al Khoedrie die allen meer dan duizend overleveringen van de Profeet Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem hebben overgebracht. Moge Allah met hen Allen tevreden zijn.
Abu Hurairah was Moslim geworden dankzij at Toefail ibn Amr. Hij was het stamhoofd van de Daws. Toen Toefail terugkeerde naar zijn dorp na een ontmoeting met de Profeet Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem en Moslim was geworden in de eerste jaren van de missie, was Abu Hurairah één van de eersten die inging op de uitnodiging tot de Islam. Hij was niet zo koppig als anderen van zijn stam die nog lange tijd vast bleven houden aan hun oude geloof. Toen at Toefail Mekka opnieuw ging bezoeken ging Abu Hurairah met hem mee. Daar had hij de eer om de Profeet Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem te ontmoeten die hem vroeg: ‘Wat is jouw naam? ‘Abdoe Sjams, dienaar van de zon’ antwoordde hij. ‘Laat het vanaf nu Abdul Rahman, dienaar van de Barmhartige zijn’, zei de Profeet Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem. ‘Ja, Abdoe Rahman, zo zal ik voortaan heten’, antwoordde hij. Hij werd echter bekend onder de naam Abu Hurairah, wat de poezenman betekent, of letterlijk: de vader van een poes, omdat hij dol op poezen was en hij sinds zijn jeugd bijna altijd een poes had om mee te spelen. Abu Hurairah arriveerde pas in Medina in het zevende jaar na de Hidjrah samen met anderen van zijn stam. De Profeet Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem was toen onderweg naar een veldtocht genaamd Khaibar. Abu Hurairah verbleef in deze tijd in de moskee, samen bij de andere van Ahl as Suffah. Hij was alleenstaand zonder vrouw en kind. Hij had echter zijn moeder bij zich die nog altijd een Moeshriek was. Hij hoopte dat zijn moeder ook Moslim zou worden en bad voor haar. Zij weigerde dit en uitte enkele woorden betreffende de Profeet Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem die hem veel pijn deden. Hij ging hierop met tranen in zijn ogen naar de Profeet Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem toe en deze vroeg hem. ‘Wat doet jou huilen, O Abu Hurairah?’ ‘Ik heb het niet opgegeven mijn moeder uit te nodigen tot de islam, maar ze wijst mij altijd af. Vandaag nodigde ik haar opnieuw uit en uitte zij woorden die mij pijn doen. Maak alstublieft een smeekbede tot Allah de Almachtige om het hart van Abu Hurairah’s moeder te overtuigen van de islam’.
De Profeet Mohammad, vrede en zegeningen zij met hem ging in op het verzoek van Abu Hurairah en bad voor diens moeder. Abu Hurairah zei: ‘ik ging naar huis terug en vond de deur gesloten. Ik hoorde het lopen van water en toen ik probeerde binnen te komen, zei mijn moeder: ‘Blijf waar je bent, O Abu Hurairah.’ En nadat zij haar kleding had aangetrokken zei ze: ‘Kom maar binnen!’ Ik ging naar binnen en ze zei: ‘Ik getuig dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) Zijn dienaar en boodschapper is.’ Ik keerde terug naar de Profeet en huilde van geluk, nog geen uur nadat ik huilend naar hem toe ging van verdriet, en ik zei: ‘Ik heb goed nieuws, O Boodschapper van Allah. Allah heeft gereageerd op uw smeekbede en de moeder van Abu Hurairah naar de Islam geleid.’
Abu Hurairah hield veel van de Profeet en was het nooit zat om naar de Profeet te kijken, wiens gezicht voor hem leek alsof hij alle licht van de zon in zich had en hij was ook nooit moe om naar hem te luisteren. Vaak dankte hij Allah voor zijn grote geluk en zei dan: ‘Alle lof is voor Allah, Die Abu Hurairah leidde naar de Islam. Alle lof is voor Allah, Die Abu Hurairah de Quran heeft onderwezen. Alle lof is voor Allah, die Abu Hurairah heeft begenadigd met het metgezelschap van Mohammed, moge Allah op hem genade en zegeningen laten neerdalen.’
Zaid ibn Thabit, heeft overgeleverd: ‘Terwijl Abu Hurairah en ik en een andere vriend van mij in de moskee waren en Allah de Almachtige aanbaden door ons bezig te houden met dhikr aan Hem, verscheen de Profeet van Allah, hij kwam naar ons toe en ging erbij zitten. We zwegen en hij zei: ‘Ga verder waar jullie mee bezig waren. Dus mijn vriend en ik maakten een smeekbede aan Allah en gingen Abu Hurairah daarin voor, en de Profeet beantwoorde onze smeekbede (Dua) met ‘Amien’. Toen Abu Hurairah zijn smeekbede maakte en zei: ‘O Heer, ik vraag U om hetgeen mijn twee metgezellen U hebben gevraagd en ik vraag U om kennis die niet zal vervagen’. De profeet zei: ‘Amien.’ Toen zeiden wij: ‘En wij vragen Allah om kennis die niet zal vervagen’ en de Profeet antwoordde: ‘De Dawsi jeugdige heeft hier eerder om gevraagd dan jullie.’ Met zijn formidabele geheugen onthield Abu Hurairah in de vier jaren die hij met de Profeet doorbracht hoogstandjes van de wijsheid die voortkwamen van de lippen van de Profeet. Hij realiseerde zich dat dit een grote gunst was en hij was van plan het ten volste in zijn dienst van de islam te gebruiken. Hij hield zich niet, zoals veel geëmigreerden (Moehadjirien) veel bezig in en verkopen op de markt. En zoals vele van de Helpers (Ansaar) wel hadden, had hij ook geen land om te bewerken noch kuddes om te hoeden. Hij verbleef bij de Profeet in Medina en ging met hem mee op alle reizen en veldtochten. Vele metgezellen stonden versteld van de grote aantalen overleveringen (ahadith) die hij had onthouden en zij vroegen hem dan ook vaak naar bepaalde overleveringen (ahadiths). Eens wilde Marwan ibn al Hakam de kracht van Abu Hurairah’s geheugen testen. Hij zat met hem in een kamer en achter een gordijn plaatste hij een schrijver, die voor Abu Hurairah onbekend was. Deze moest alles opschrijven wat Abu Hurairah overleverde. Een jaar later riep Marwan Abu Hurairah bij zich en vroeg hem naar dezelfde ahadith die de schrijver had opgeschreven. Duidelijk werd voor Marwan dat hij geen enkele woord was vergeten.
Op zoek naar kennis onderging Abu Hurairah veel moeilijkheden en ongemak. Vaak was hij hongerig en berooid. Over zichzelf zei hij: ‘Wanneer ik werd overvallen door hevige hongeraanvallen, dan ging ik naar een metgezel van de Profeet en vroeg hem over een ayah uit de Quran en bleef bij hem om het te leren zodat hij mij mee naar zijn huis zou nemen en mij voedsel zou geven.’ Toen de Moslims wat welvarender werden door dat het Moslimrijk steeds groter werd kreeg Abu Hurairah hier ook zijn deel van. Hij had een comfortabel huis, een vrouw en een kind. Dit veranderde echter zijn persoonlijkheid niet. Noch vergat hij ooit zijn tijden van armoede. Hij zei wel eens: ‘Ik groeide op als een wees en emigreerde als een arm en behoeftige persoon. Ik was gewend voedsel voor mijn maag aan te nemen van Boesjra bint Ghazwan. Ik bediende mensen wanneer zij terug kwamen van hun reizen en leidde hun kamelen wanneer zij weg waren. Toen heeft Allah ervoor gezorgd dat ik met haar trouwde. Dus alle lof is voor Allah Die zijn geloof heeft gesterkt. Tijdens het kalifaat van ‘Oemar , wees ‘Oemar hem aan als gouverneur van Bahrain. ‘Oemar was nogal voorzichtig met wie hij als gouverneur aanwees. Hij was er altijd op gebrand dat zijn gouverneurs sober en simpel bleven leven en geen rijkdom zouden verwerven, zelfs niet als zij het door middel van wettige doelen verkregen. In Bahrain werd Abu Hurairah nogal rijk. ‘Oemar hoorde hierover en beval hem naar Medinah terug te komen. ‘Oemar vroeg hem hoe hij aan zijn rijkdom was gekomen. Abu Hurairah zei: ‘Door het fokken van paarden en door giften die ik heb gekregen.’ ‘Geef het over aan de schatkist van de Moslims,’ beval ‘Oemar. Abu Hurairah deed wat hem werd gezegd, hief zijn handen naar de hemel en bad: ‘O Heer, vergeef de Leider de Gelovigen (Amier al Moeminien).’ ‘Oemar vroeg hem later om gouverneur te worden maar hij weigerde. Toen hem werd gevraagd door ‘Oemar waarom hij weigerde zei hij daarop: ‘Zodat mijn eer niet aangetast zal worden, mijn rijkdom mij niet afgenomen zal worden en mijn rug niet geslagen zal worden.’ En hij voegde daaraan toe: ‘En ik vrees te oordelen zonder kennis en te spreken zonder wijsheid.’ Abu Hurairah bleef zijn hele leven vriendelijk en beleefd jegens zijn moeder. Als hij het huis verliet ging hij in de opening van haar kamer staan en zei hij: ‘As salamoe alaikom, ya oemaataah, wa rahmatoellahi (Vrede zij met jou moeder, en de genade van Allah). Zij antwoordde dan: ‘Wa alaika salaam, ya boenaja, wa rahmatoellahi wa barakatoehoe (En vrede zij met jou mijn zoon, en de genade en zegeningen van Allah). Hij zei vaak ook: ‘Moge Allah je genade schenken omdat je voor mij zorgde toen ik klein was.’ En dan antwoordde zij: ‘En Moge Allah jou genade schenken omdat je mijn fouten corrigeerde toen ik oud was. ‘Hij Moedigde altijd andere mensen aan om vriendelijk en beleefd jegens hun ouders te zijn. Moslims zijn dankbaarheid verschuldigd aan Abu Hurairah omdat hij heeft geholpen het waardevolle erfgoed van de Profeet te onthouden en over te leveren. Moge Allah hem genade en vrede schenken. Hij stierf in het jaar 59 na de hidjrah op 87 jarige leeftijd.


