|
1. Het zoon zijn is minder dan het heilig zijn en het heilig zijn is het zijn van niemand zijn zoon. Hoe kan Jezus zowel de eigenschappen van zoonschap en heiligheid tegelijkertijd hebben?
2. Christenen beweren dat Jezus heeft geclaimd de Zoon van God te zijn door de volgende passage uit John 14:9 te quoten: “Hij die mij heeft gezien, heeft de Vader gezien.” Heeft Jezus niet glashelder gezegd dat hij God nooit heeft gezien, zoals hij zegt in John 5:37: “En de Vader zelf, die mij gestuurd heeft, Hij getuigd over mij. U heeft zijn stem gehoord noch zijn vorm.”
3. Christenen zeggen dat Jezus de Zoon van God is omdat hij zo genoemd werd, Zoon van de Mens, Messiah en ‘verlosser’. Ezekiel kreeg in de Bijbel de titel Zoon van de Mens. Jezus sprak over de ‘vredestichters’ als de Zonen van God. Elke persoon die de Wil en Plan van God volgde werd Zoon van God genoemd volgens de Joodse traditie en in hun taal (Genesis 6:2, 4; Exodus 4:22, Psalm 2:7, Romans 8:14). Messiah betekent in het Hebreeuws ‘Godsgezalfde’ en niet ‘Christus’, en ‘Cyrus’ de persoon wordt Messiah genoemd of de gezalfde. Wat betreft de titel ‘verlosser’, in II Kings 13:5 kregen ook andere mensen deze titel zonder als goden bestempeld te zijn. Dus waar is het bewijs dat Jezus de Zoon van God is terwijl deze titel niet uitsluitend voor hem werd gebruikt?
4. Christenen claimen dat Jezus heeft bevestigd dat hij en God één zijn in John 10:30 “Ik en mijn Vader zijn één.” Verderop in John 17:21-23 refereert Jezus naar zijn volgelingen als hij zegt dat hijzelf, zijn volgelingen en God één zijn in 5 plaatsen. Dus waarom krijgt het eerste aangehaalde vers over het ‘een zijn’ een ander begrip dan de tweede?
5. Is God drie in een èn een in drie tegelijkertijd of omstebeurt?
6. Als God één en drie tegelijkertijd is, dan kan geen van de drie de complete God zijn. Als we voor ‘arguments sake’ ervan uitgaan dat dit het geval was, dan was Jezus toen hij op aarde was geen complete God, noch was de Vader in de Hemel een complete God. Is dat niet tegenstrijdig met wat Jezus altijd zegt over Zijn God en onze God in de Hemel, zijn Heer en onze Heer? Betekent dat, dat er geen complete God was tussen de kruisiging en de geclaimde opstanding?
7. Als God soms drie en soms één is, wie was dan de God in de Hemel toen Jezus op aarde was? Is dit niet tegenstrijdig aan zijn vele referenties aan een God in de Hemel die hem heeft gestuurd?
8. Als God drie en één tegelijkertijd is, wie was de God in de Hemel in de drie dagen tussen de kruisiging en de opstanding?
9. Christenen zeggen dat: “De Vader (V) is God, de Zoon (Z) is God, en de Heilige Geest (H) is God, maar de Vader is niet de Zoon, de Zoon is niet de Heilige Geest en de Heilige Geest is niet de Vader.” In simpele termen komen we tot de volgende formule, als V=G, Z=G en H=G, betekent dat dat V=Z=H terwijl het tweede deel van de statement suggereert dat F1S1H (betekenend: niet gelijk). Is dat niet in tegenstrijd met de Christelijke dogma over de drie-eenheid?
10. Als Jezus God was, waarom zei hij dan tegen de man die hem goed noemde: ‘Noem mij niet goed, want alleen God is goed?’ |