''O mensen, Wij hebben jullie geschapen uit mannen en vrouwen en Wij hebben jullie tot volken en stammen gemaakt, zodat jullie elkaar leren kennen.'' (Koran: Hoofdstuk 49, vers 13)

Differentiëren tussen gewoonten & Religieuze Innovaties. PDF Afdrukken E-mail

Het is van essentieel belang voor Islamitische prekers en Islamitische werkers om lokale gewoonten en tradities te tolereren, zelfs al zijn ze in strijd met wat ze zelf gewend zijn. Daarom is het absoluut noodzakelijk voor de Islamitische werker om te kunnen differentiëren tussen toegestane gewoonten en ketterse religieuze innovaties. We zullen in dit artikel proberen duidelijke richtlijnen te geven voor het maken van dit onderscheid.


Een algemeen beginsel van de Islamitische wetgeving is dat de standaard aanname voor de gebruikelijke en culturele gewoonten zijn toegestaan.

Dit beginsel betekent dat de veronderstelling van toelaatbaarheid moet worden toegepast op alle gewoonten bij het ontbreken van enig bewijs van het tegendeel. Daarom, als iemand een zekere gewoonte zondig verklaart, zal die persoon worden verzocht voor het bewijs(Daliel) om zijn aanname te beargumenteren.

Als de gewoonte of culturele praktijk verbonden is met een activiteit die duidelijk gezien wordt als zondig in de islam dan is de activiteit (gewoonte) ook zondig.

Dit omvat bijvoorbeeld de gewoonten in bepaalde culturen van het dragen van goud en kleding, die van puur zijde zijn gemaakt, voor mannen. Ook als een culturele praktijk altijd leidt tot wat duidelijk is vastgesteld als zondig in de Islam - zoals gewoonten, die ontucht aanmoedigen, zijn zij onrechtmatig.

Bij gebrek aan dergelijk bewijs zal de gewoonte moeten worden verondersteld als zijnde toegestaan.

Echter, het beginsel dat de gewoonten standaard zijn toegestaan is enkel en alleen van toepassing bij gewoonten die niet zijn verbonden aan de formele rituelen van aanbidding (Ibaadah). De gebieden van de rituele aanbidding komen niet onder deze standaard hypothese.

In tegenstelling staat de standaard aanname voor religieuze rituelen, dat ze onrechtmatig zijn, tenzij er sprake is van specifieke gegevens uit de Quran en Sunnah voor hun legitimiteit.

Voorbeelden van gebruikelijke zaken die vallen onder de algemene aanname van toelaatbaarheid zijn: regelingen voor huisvesting, vervoersmethoden, kledingstijlen, voedingsgewoonten, huwelijksgewoonten, en rechten van verbintenissen.


Gewoonten & Innovaties – Hoe zie je het verschil?

Veel van de gewoonten van mensen zijn een middel van het doen van goede daden om Allah zijn tevredenheid te bereiken of te houden. Dit betekent niet dat deze gewoonten meteen onwettige innovaties zijn. We moeten een onderscheid maken tussen de aanbidding in de brede zin van "het doen van goede daden om Allah te plezieren" en aanbidding in de zin van een formele ritueel.

Geoorloofde gewoonten kan onderscheid worden van zaken van formele erediensten door de volgende algemene regel:


De details van gewoonten en culturele activiteiten zijn geregeld door de publieke opinie in zaken die te onderscheiden zijn van de menselijke geest. Dit zijn dus zaken die binnen het domein van de menselijke kennis en menselijk gewoonten vallen. Deze algemene middelen en methoden omvatten ook het verrichten van goede daden zoals het betalen van liefdadigheid met papiergeld, computerbetaling en carpoolen naar de plaatselijke moskee maar bij deze zaken is er geen sprake van innovatie.

In contrast zijn kwesties van formele erediensten zoals onze methode van gebed, de tijden, bewegingen, en het aantal eenheden, de bepaling van welke maand we moeten vasten, de riten van Hajj worden uitgevoerd etc. Dit zijn allemaal zaken die niet kunnen worden vastgesteld door het menselijk intellect. Deze zaken kunnen alleen worden toegekend en erkent door de goddelijke openbaring.

Daarvoor kunnen we elke gewoonte met behulp van de volgende criteria examineren:

1. Als de gewoonte of culturele gewoonte is verbonden met het zoeken van nabijheid tot Allah in een algemene manier dan valt het onder de aanbidding, enkel en alleen in het ruimste zin van het woord dus niet in een formele of rituele betekenis. Deze activiteiten omvatten de middelen voor het uitvoeren van legitieme goede daden en worden beloond als aanbidding in de breedste zin van het woord als ze worden uitgevoerd met een zuivere intentie. Dit omvat alle maatregelen die helpen bij het doen van het goede.


2. Als de culturele gewoonten praktijken omvatten, die gelijken op rituele, devotionele handelingen dan vallen die onder de verboden religieuze innovaties. Dit betrekt onder meer het vermelden van bepaalde dagen voor bepaalde religieuze vereringen of religieuze vieringen, want dit zou dan gewoonweg een creatie zijn, omdat wij Moslims maar 2 keer Ied hebben in het jaar: Ied Al Fitr(Suikerfeest) en Ied El Adha(Offerfeest).

 

Het betrekt ook activiteiten die direct verband hebben met onderwerpen die door Islamitische rituele wetgeving zijn vastgesteld of die lijken op de praktijken van de pre-Islamitische rituelen. Daarom is een gewoonte van officieel rouwen bij begrafenissen een innovatie. Excessief zijn in religieuze aanbidding valt ook onder deze categorie, zoals de praktijk van het celibaat zijn.


Natuurlijk zijn mondaine gewoonten die geen verband hebben met aanbidding op welke wijze dan ook onder de algemene aanname van toelaatbaarheid, zolang er geen specifieke tekstuele bewijs is van het tegendeel.

En Allah weet het beste.



Auteur; Sheikh Mohammed B. Husayn al-Jîzânî
Vertaald door Abu Adam, Ibrahim Dahou